|
|
|
|
|
|
||||
| >> bio | >> agenda | >> repertoire | >> notes | >> future | >> press | >> interviews | >> orpheus | >> contact |
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
>> |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Iannis Xenakis Nomos Alpha 1968 (17’) voor cello solo 'De muziek in Nomos alpha voor cello van Xenakis, bijvoorbeeld, buigt de kwaliteit van de voortgebrachte tonen om tot bijwoorden, één en al watheid die tot modaliteit wordt, waarbij de snaren en hout opgaan in het klinkende resultaat. Wat is er aan de hand? Klaagt er een ziel of juicht zij op uit de grond van de brekende tonen, of tussen de noten uit die niet meer samenvloeien tot een melodische lijn, de noten die ooit elkaar opvolgden, ieder niet hun identiteit bijdragend aan de harmonie van het geheel, en het geluid van hun gekras onderdrukten? Wat een bedrieglijk antromorfisme, of animisme! De cello is cello in de klank die vibreert in zijn snaren en zijn hout, zelfs als deze al in tonen uiteenvalt - in identiteiten die toonladders te rangschikken zijn op hun natuurlijke plaats, van hoog tot laag, volgens toonhoogte. Het wezen van de cello - de modaliteit van het wezen - wordt zo vertijdelijkt in het muziekstuk.' Emmanuel Levinas; Anders dan zijn, p. 69. Baarn, 1991. Er wordt vaak opgemerkt dat lannis Xenakis (1922-2001) vanuit zijn achtergrond als architect de muziek vanuit een geheel eigen invalshoek benaderde. Veel van Xenakis' composities nemen mathematische modellen en theorieën als vertrekpunt, zoals de stochastische theorie, de speltheorie, de settheorie of de groepentheorie. Aanvankelijk trachtte de componist aan de hand van dergelijke methodes een alternatief te formuleren voor wat hijzelf in een artikel ooit 'de crisis van het serialisme' noemde. De tot in de kleinste details uitgekiende seriële polyfonie van geïsoleerde tonen, die door haar complexiteit uiteindelijk niet te volgen was voor de toehoorder, werd door Xenakis vervangen door klankmassa's of klankwolken, die zich volgens wiskundige patronen voortbewogen. Hoewel men zou kunnen verwachten dat deze mathematische modellen in erg abstracte muziek resulteren, is in feite het tegendeel waar. Xenakis' werken hebben vaak een bijna instinctief karakter en stralen een ruwe, bijna primitieve energie uit. De combinatie van een strenge mathematische berekening en een uiterst expressieve, ruwe kracht, is ook kenmerkend voor Nomos Alpha uit 1966 voor cello solo. Het Griekse woord 'nomos' kan vertaald worden als 'regel' of 'wet', maar betekent ook 'modus' en 'vreemde melodie'. Baanbrekend was het werk destijds vooral door de talrijke instrumentale effecten, zoals de complexe dubbelgrepen en glissandi, de kwarttonen en de microtonen. De indruk van ruwe kracht wordt verder in de hand gewerkt doordat de laagste cellosnaar een octaaf lager getransponeerd wordt om donkere bromtonen te produceren. Nomos Alpha is een van Xenakis' meest complexe en vernieuwende werken, waarbij hij nieuwe compositieprocédés toepast. Nomos betekent zowel regel of wet, als een speciale melodie of zelfs modus. Het werk werd opgedragen aan de herinnering aan Aristoxenes van Tarente en de wiskundigen Evariste Galois en Félix Klein, die de theorie rond de groepen en microstructuren ontwikkelden. In Nomos Alpha voert Xenakis tal van vernieuwingen door op technisch vlak: het spelen zonder vibrato (hier zou Xenakis niet meer van afwijken), het gebruik van kwarttonen, snelle glissandi en dubbelgrepen met microtonale fluctuaties. De vierde snaar moet ook meerdere keren een oktaaf naar beneden herstemd worden, met een bourdonklank als buitengewoon gevolg. Nomos Alpha is een bron van nieuwe en speciale geluidseffecten, en betekende een revolutie voor de traditionele speelwijze van de cello. Door de bijzonder rijke verbeeldingskracht is elke uitvoering van Nomos Alpha een onvergetelijke gebeurtenis, zowel voor uitvoerder als luisteraar. Toch staat het werk bekend als een van de strengste werken in zijn genre. © Arne Deforce naar Harry Halbreich
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
© Arne Deforce March 1999
|