Cellist ARNE DEFORCE
 
 
 
 
>> bio >> agenda >> repertoire >> notes >> future >> press >> interviews >> orpheus >> contact
                 
                 

 

 

>> 

   
   
 
Olivier Messiaen 1908-1992 

Louange à l'Éternité de Jésus 1941 (8’) voor cello en piano

'Louange à l' Eternité de Jésus'  is het vijfde deel van de achtdelige cyclus 'Quatuor pour la fin du temps". Messiaen componeerde het in 1941 toen hij als soldaat gevangen zat in het concentratiekamp Görlitz te Silezië. Dit kamp bood in de beginfase van de oorlog de gevangenen tot op zekere hoogte de gelegenheid activiteiten van culturele aard te organiseren.  Onder de krijgsgevangen bevonden zich een violist, een cellist een  klarinettist. De première vond plaats op 15 januari 1941, op een koude winterdag voor dertigduizend gevangenen met de componist aan de piano. Hoewel de omstandigheden tegenwerkten, aan de cello ontbrak een snaar, de piano was vals en veel toetsen functioneerden niet naar behoren, zegt Messiaen over de eerste uitvoering: 'Nooit is er naar mijn muziek met zo'n aandacht geluisterd'. 

Messiaens componeren in gevangenschap spreekt tot de verbeelding en heeft ongetwijfeld bijgedragen tot de grote populariteit van het werk. Zelf slaat hij het hoog aan vanwege de intrinsieke kwaliteiten. Het begrip 'einde der tijden' in de titel van het kwartet, heeft zowel een theologische als een muzikale betekenis: het is een apocalyptische visie op de eeuwigheid maar tevens een symbool van Messiaens opvatting over muzikaal tijdsverloop en ritmische vernieuwing. Het kwartet is gebaseerd op een citaat uit de Apocalyps, het laatste deel uit de Bijbel. Gezien de context van het concentratiekamp is het heel typisch is dat het kwartet vooral een werk van vertrouwen en troost is geworden. Het oude begrip van muiziek als troosteres van hart en ziel komt hier aan de orde.  Dit komt vooral tot uiting in de verlichtende en verinnerlijkte stijl van de twee Louanges respectievelijk het vijfde deel 'Lofzang op Jezus' eeuwigheid voor cello en piano en het afsluitende achtste deel  'Lofzang op de onsterfelijkheid' voor viool en piano.  De tempi zijn respectievelijk 'oneindig langzaam' en 'uiterst langzaam'. In deze extatische muziek krijgt het begrip 'buiten de tijd treden' een nieuwe betekenis - alsof de tijd wordt vertraagd en stilgezet en de ziel transcendeert in het eeuwig durend nu.  

De muzikale taal is essentieel immaterieel, spiritueel, religieus.  Het gebruik van de oude Gregoriaanse kerkmodi en speciale ritmes, die over de maat heen staan, bewerkstelligen het gevoel van oneindigheid en veroorzaken een soort van alomtegenwoordigheid. In het einde der tijden ontwierp Messiaen een 'nieuwe' muzikale taal die wijst op wat voor alle tijden geldt: de wederopstanding van oude waarden op een intact 'nieuwe aarde', iets wat zich ook de jongste tijd laat horen in de neo modale spirituele muziek van Arvo Pärt en John Tavener. 'Louange à l'Eternité de Jésus': Jésus est ici considéré en tant que Verbe. Une grande phrase, infiniment lente, du violoncelle, magnifie avec amour et révérence l' éternité de ce Verbe puissant et doux, "dont les années ne s'épuiseront point". Majestueusement, la mélodie s'étale, en une sorte de lointain tendre et souverain. "Au commencement était le Verbe, et le Verbe était en Dieu, et le Verbe était Dieu". Olivier Messiaen in het voorwoord tot het Quatuor pour la fin du temps. 

© Arne Deforce