Cellist ARNE DEFORCE
 
 
 
 
>> bio >> agenda >> repertoire >> notes >> future >> press >> interviews >> orpheus >> contact
                 
                 

 

 

>> 

   
   
 
Jonathan Harvey 1939 

Advaya 1993-94 (20’) voor cello elektronica en keyboard

Advaya (1993-1994) voor cello, digitaal klavier en elektronica, werd geschreven in opdracht van het IRCAM en geproduceerd in de studio’s van het Instituut met Cort Lippe als muzikaal assistent. Ter verklaring van de titel van het stuk, citeert de componist Lama Govinda. "Omstreeks de eerste eeuw voor Christus werd in de boeddhistische leer de term "advaya" verzonnen. Het betekent "niet twee", en het verwijst naar een overstijgen van dualiteit. We kunnen in de ban raken van een bepaalde illusie, maar beseffen tevens dat onze illusie en de objecten waarop ze zich richt, dezelfde oorsprong hebben. Met andere woorden: wij overstijgen de dualiteit van de subject/object-splitsing omdat wij ons realiseren en intuďtief aanvoelen dat beide uit dezelfde kosmische bodem verrijzen".

Een metafoor voor dit concept van een transcenderende dualiteit wordt ons geboden door de dualiteit solist/elektronica. De componist heeft zich de cello herinnerd waarop hij in zijn jeugd speelde. Alle klanken waarvan hij in zijn werk gebruik maakt worden geproduceerd door of afgeleid van de klank van het instrument. Sommige klanken worden tijdens het concert ‘in real time’ gespeeld, andere zijn vooraf opgenomen geweest en worden elektronisch verwerkt; tijdens de uitvoering worden ze ofwel gelezen door de compact disc, ofwel gespeeld door een 'sampler'-klavier. Harvey heeft de spectrale analyse van de instrumentale klank gebruikt om een verscheidenheid van synthetische klanken te produceren, die reiken van het harmonische tot het ‘in harmonische’ spectrum: "Tal van de klanken werden gemaakt door muzikale passages, gespeeld door de cello, te analyseren, en vervolgens vanuit deze analyse de muziek te re-synthetiseren, een verwerking waarbij de innerlijke structuur van de klank (het spectrum) veranderd wordt. Er werd een hiërarchie van "compressed spectra", gaande van consonant (de natuurlijke harmonische reeks) tot onstabiel, opgebouwd: het consonante centrum is A (220hz), de eerste snaar van de cello. Cello en elektronica handelen op elk moment over hetzelfde muzikale materiaal, hoewel dit soms met verschillende snelheid gebeurt. Om een voorbeeld te geven: een cello motief dat vier seconden duurt, wordt uitgerekt door een techniek die het motief in kleine geluid korrels verdeelt en die deze dan in grote hoeveelheden verstrooit tot een duur van twee en een halve minuut".

De muzikale ontwikkeling vertoont contrasterende momenten; zij begint (met uiterst verfijnde timbre-nuances) met een meditatie op noot A. De elektronische klanken bewaren de resonerende herinnering aan deze A met subtiele timbre-schommelingen en dit terwijl het solo-instrument "geluiden" voortbrengt. Aldus wordt de cello-partij geconfronteerd met haar eigen vervormde elektronisch beeld, en dit gebeurt soms gelijktijdig. Nadat de tonen rondom A verkend zijn, ontwikkelt zich een soort dans; de klank evoceert een Indische tabla. Er volgt een sequens van regelmatige noten, met polymetrische melodielijnen aan verschillende snelheden, čn een vertragingseffect op de elektronische geluiden. Alles lost zich op in de fusie van tremolo’s van de cello en de synthetische geluiden. De volgende sequens concentreert zich op spatialisatie-effecten, en keert dan terug naar de obsessieve attractiepool van de A. Na een kort moment van emfase, verstrooit de cello klankfragmenten in de leegte. 

© Jonathan Harvey