Cellist ARNE DEFORCE
 
 
 
 
>> bio >> agenda >> repertoire >> notes >> future >> press >> interviews >> orpheus >> contact
                 
                 

 

 

>> 

   
   
 
Luciano Berio 

Sequenza XIV 2002 (10’) voor cello solo

Gefascineerd door de ritmiek en de specifieke sonoriteit van de Indische Kandyan trom - het tweede instrument van cellist Rohan De Saram, aan wie het werk is opgedragen - incorporeert Berio in dit werk percussieve effecten gespeeld met de rechterhand op de klankkast van de cello die zich vermengen met linkerhand pizzicati en alluderen op het intonerende percussiespel van de Indische tabla speler. Percussieve passages die hij afwisseld met gaandeweg steeds intenser wordende melodische gestreken passages. Sequenza XIV is het voorlaatste werk van Berio en het sluitstuk van 14 solowerken gecomponeerd over een periode van veertig jaar. De intensies van Berio werden naar aanleiding van de premiere een laatste maal omschreven:

De titel Sequenza geeft aan dat de opbouw van de stukken bijna altijd gebeurt vanuit een reeks harmonische velden. Daaruit groeien de andere muzikale functies met een eigen karakter. Zo goed als alle Sequenza's willen een harmonisch verloop melodisch weergeven en ontwikkelen. Het doel is een hoorbare meerstemmigheid die gedeeltelijk voorkomt uit de snelle afwisseling van verschillende karakters en hun samenspel. Meerstemmigheid is hier overigens figuurlijk bedoeld. Als demonstratie van diverse manieren van uitvoeren en verschillende instrumentenkarakters. In de Sequenza's heb ik in eerste instantie geprobeerd enkele specifieke technische aspecten grondig te onderzoeken. Soms wilde ik ook tussen de virtuoos en zijn instrument een muzikaal commentaar doen ontstaan. Door de verschillende manieren van spelen te isoleren en ze daarna in een andere vorm en in een muzikale eenheid opnieuw te laten opduiken. 

Van de verschillende kenmerken die de Sequenza's met elkaar gemeen hebben, is virtuositeit de meest opvallende. Virtuositeit staat bij mij hoog aangeschreven, al roept het woord al eens een minachtende glimlach op. Of het beeld van een elegante, wat bleke man met weliswaar vaardige vingers maar een leeg hoofd. Virtuositeit ontstaat vaak uit een conflict, uit een spanning tussen de muzikale idee en het instrument. Algemeen verstaat men onder virtuositeit een grote speeltechnische vaardigheid die de idee van een werk overstemt. Wat ik bedoel is de spanning die groeit wanneer nieuwe en complexe muzikale gedachten, op uiteenlopende gebieden, een andere omgang met het instrument vergen. Als het ware de weg vrijmaken voor nieuwe technische oplossingen. En zo van de vertolker een uitvoering van het allerhoogste technische en intellectuele niveau vereisen. 

Nog een element dat de Sequenza's onderling verbindt, is mijn overtuiging dat muziekinstrumenten niet echt kunnen worden veranderd. Evenmin stukgemaakt en nog minder uitgevonden. Een muziekinstrument behoort op zichzelf tot de muzikale taal. Elke poging om een nieuw instrument uit te vinden, is al even zinloos en onmogelijk als het ontwerpen van een nieuwe grammatica voor onze taal. Wel kan een componist bijdragen tot de ontwikkeling van muziekinstrumenten wanneer hij tracht de veelzijdige natuur van een creatief proces te begrijpen. De diversiteit van sociale, technologische en economische omstandigheden en niet alleen muzikale en akoestische, wat vaak genoeg pas achteraf gebeurt. Zelf ben ik gefascineerd door een weloverwogen verandering van de instrumenten en de instrumentale (en vocale) technieken door de eeuwen heen. Wellicht is dat ook een reden waarom ik in al mijn Sequenza's nooit heb geprobeerd om het erfgoed van een instrument te veranderen of om het tegen zijn natuur in te gebruiken. 

© Luciano Berio Witten 28-04-2002